DeltaNieuws: ‘Kijk verder dan je eigen grenzen’

Extreme buien in de zomer; in Zuidoost-Brabant kunnen ze erover meepraten. In juni vorig jaar veroorzaakte een uitzonderlijke hagelbui een schade van miljoenen euro’s. Elders overspoelden hoosbuien van meer dan 100 millimeter de straten, met veel waterschade tot gevolg.
Deze ervaringen motiveerde diverse bestuurders om de ruimtelijke adaptatie in hun regio flink te versnellen. En vooral: om de onderlinge samenwerking te verbeteren. DeltaNieuws sprak hierover met twee koplopers: wethouder Leon van de Moosdijk, in Someren portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening, en dijkgraaf Lambert Verheijen, van waterschap Aa en Maas.

De gemeente en het waterschap trekken samen op bij het nemen van ruimtelijke adaptatie-maatregelen. Wat is het geheim van jullie samenwerking?
Van de Moosdijk: ‘Wederkerigheid. Je moet bereid zijn om te luisteren naar elkaars belangen, om vervolgens op zoek te gaan naar de mogelijkheden om die belangen te versterken. Dat is geven en nemen. In Someren werkt dat goed, niet alleen met waterschap Aa en Maas, maar ook met waterschap De Dommel, dat een deel van ons gebied in beheer heeft.’
Verheijen: ‘We borduren voort op de samenwerking die is ontstaan bij de vitalisering en reconstructie van het landelijk gebied. Tussen 2003 en 2011 was de Reconstructiewet van kracht, gericht op de herinrichting van het landelijk gebied.’
Van de Moosdijk: ‘Je moet er wel aan werken, anders bekoelt de relatie. Elkaar regelmatig ontmoeten, dat vind ik heel belangrijk.’
Verheijen: ‘Helemaal mee eens. Samenwerken zit in onze genen, maar dat neemt niet weg dat het goed is om die samenwerking vast te leggen in bestuurlijke afspraken. Zo maken we in onze regio al jaren een gezamenlijk Waterplan.’
Van de Moosdijk: ‘Die bestuurlijke samenwerking straalt ook uit naar andere niveaus. Als ik laat zien dat ik goede afspraken kan maken met de bestuurders van de waterschappen, stimuleert dat ambtenaren om hetzelfde te doen.’

Succesvol samenwerken op het gebied van ruimtelijke adaptatie is dus vooral een kwestie van geven en nemen. Hoe werkt dat in de praktijk?
Van de Moosdijk: ‘Het gaat vooral om de bereidheid verder te kijken dan je eigen grenzen en bevoegdheden. Wij werken mee aan een efficiënte waterzuivering, in beginsel een verantwoordelijkheid van het waterschap. We koppelen zoveel mogelijk het regenwater af van het riool en verwerken het op andere manieren. In het buitengebied zijn we aan het onderzoeken of we eigenaar kunnen worden van een drooggevallen vennetje, dat we vervolgens kunnen gebruiken als waterbuffer. Ander voorbeeld: bij nieuwbouwprojecten denken we na over watervriendelijk bouwen, in plaats van zoveel mogelijk woningen op een stuk grond neer te willen zetten. Dat is een nieuwe manier van denken.’
Verheijen: ‘Ook wij doen dingen die niet vanzelfsprekend bij onze taken horen. Zo is ons waterschap nauw betrokken bij een klein nieuwbouwproject in Someren. Omwonenden maken zich zorgen, onder meer over de waterberging. Wij stellen subsidie beschikbaar voor groepen die oplossingen zoeken voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. We zijn in Someren ook gestart met zogenoemde weerdialogen. Dit houdt in dat we ideeën ophalen bij inwoners en gebruikers van het buitengebied om het watersysteem waterrobuust en klimaatbestendig te maken. Dat we om de tafel gaan om te luisteren. En ja, dan gaat het ook over hondenpoep, bomen die worden gekapt en groen dat niet wordt onderhouden; dat is prima. Ruimtelijke adaptatie gaat verder dan alleen beken en stuwen.’
Van de Moosdijk: ‘Dit is een schoolvoorbeeld. Het waterschap laat zien dat het betrokken is bij de bebouwde omgeving. Iedereen heeft hier baat bij. Het zou het mooiste zijn als de bewoners het waterrijke stukje grond bij hun huizen adopteren en zelf gaan onderhouden.’

Welke rol speelt de provincie in jullie samenwerkingsverband?
Verheijen: ‘Ik denk dat de provincie een sturende rol zou kunnen spelen op het gebied van ruimtelijke adaptatie. Met name in regio’s waar de samenwerking stroef verloopt, want die zijn er ook. Als gemeenten niet met elkaar door één deur kunnen, hebben wij daar als waterschap last van, maar we hebben geen formele mogelijkheden om iets te doorbreken. Dan verlies je zomaar een paar jaar, waarin je geen ruimtelijk adaptieve stappen kunt zetten. De vraag is of we die tijd hebben.’
Van de Moosdijk: ‘Ik zie veel in een nauwe samenwerking binnen regio’s, zoals de Metropoolregio Eindhoven, waarin 21 gemeenten zijn vertegenwoordigd. Na de rampzalige zomer van vorig jaar ben ik gaan trekken aan een pilot van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, om een klimaatstresstest uit te voeren. Dat gaat natuurlijk niet alleen over wateroverlast, maar ook over droogte en hittestress. Het initiatief is met veel enthousiasme ontvangen door de gemeenten.’

Op Prinsjesdag verschijnt het nieuwe Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Zien jullie dat als steun in de rug?
Van de Moosdijk: ‘Absoluut. Ik hoop dat dit plan nieuwe mogelijkheden genereert, zodat we onze samenwerking verder kunnen uitbouwen en echt tot innovatieve oplossingen kunnen komen voor de uitdagingen waar we mee te maken hebben door de klimaatverandering.’
Verheijen: ‘Ik ben groot voorstander van een bonusregeling voor projecten die vanuit een samenwerking tussen diverse partijen robuuste, ruimtelijke adaptieve oplossingen opleveren, zodat je beloond wordt voor het actief opzoeken van partners en het organiseren van samenwerking. Wij willen graag een langjarig programma opzetten voor de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress, met daarin een kennisdeel en een deel uitvoering. Een beetje meer aandacht vanuit Den Haag zou heel goed zijn.’
Van de Moosdijk: ‘Die aandacht kunnen we zelf genereren, door ons verhaal luid en duidelijk te vertellen. Gebruik maken van wat ons vorig jaar is overkomen werkt goed, heb ik gemerkt. Natuurlijk moeten we zelf de oplossingen zoeken, maar erover communiceren is zeker zo belangrijk. En daarbij geldt: samen roep je harder.’

 

Oorspronkelijk gepubliceerd:
Deltanieuws Special Ruimtelijke Adaptatie
https://magazines.deltacommissaris.nl/deltanieuws/2017/02/dubbelinterview